Het is alweer een tijdje geleden dat ik iets heb gepubliceerd op mijn blog. Dat komt voornamelijk omdat ik anderhalve week geleden heb aan een tropische ziekte, de buiktyfus, en omdat ik afgereisd ben naar Kamapala, de hoofdstad van Uganda, waar in tegenstelling tot Tali, het internet schaars is en de mensheid in overvloed.
Dat tyfus verhaal was niet zo leuk. Het begon in Tali met koorts en buikpijn. Daar naar een kliniekje geweest om mijn bloed te laten testen op malaria. Geen malaria, maar wel een laag hemoglobine (?) gehalte. Ik kreeg allemaal pillen me in een papieren zakje, zonder etiket of gebruikaanwijzing. Toen naar Yei gereden met een zere buik en weer bloed onderzoek laten doen in een iets professionelere kliniek. Typiod, oftewel buiktyfus, dat moest het zeker zijn, dus weer nieuwe medicijnen gekregen, dit keer in plastic zakjes. Maar ik bleef maar last houden van mn buik. We hebben toen mijn vlucht naar Kampala met twee dagen vervroegd, en daar ben ik gelijk naar een international medical clinic geweest. Het viel me nog tegen qua standaard, maar deze dokters kwamen na een derde keer bloed prikken ook op buiktyfus uit. Weer andere pillen mee gekregen, in officiele verpakking, jawel, en na 4 dagen thuis bij Michael op de bank hangen trok de buikpijn eindelijk wat weg.
En nu voel ik me weer kiplekker. De afgelopen dagen dus fanatiek Kampala verkend. Achterop een bodaboda, een motortaxi die overal tussendoor scheurd. In de Matatu, een Toyota Hiace busje, waarin ik op een gegeven moment 20 (!) mensen om mee heen telde. Naar de supermarkt, de markt, de disco en de kerk. In die volgorde. Ik logeer bij Michael thuis, dat is als het ware mijn thuisbasis. De afgelopen dagen heb ik bij Sam gelogeerd, die twee ontzettend schattige dochters van twee en van vier heeft. De kleine kon niet van mijn blank vel afblijven.
Wat me de afgelopen dagen wat tegenvalt is het feit dat ik compleet afhankelijk ben van anderen. Dat is in Sudan zo, en dat is nu op vakantie in Kampala ook zo. En het probleem is dat de Ugandezen dat blijkbaar weten, en overal tekst en uitleg bij geven. Hoe je de kraan opendraait, een douche neemt, eten bestelt, een taxi aanhoudt etc. Ik wordt er soms een beetje simpel van. Daarnaast houden ze ervan om me alles te laten proeven (het station van alles eten/proberen ben ik onderhands wel gepasseerd), gaan bepaalde afspraken zonder reden niet door, of moeten we zonder overleg opeens ergens heen. Maar aan de andere kant, ik ben ook afhankelijk van hen, en mag me gelukkig prijzen dat ik zo warm wordt opgenomen in deze families. Volgens mij zijn dit de standaard interculturele problemen waar iedere ontdekkingsreiziger tegen aanloopt.
Ik wil tenslotte iedereen erg bedanken voor de reacties elke keer, wordt erg gewaardeerd! En natuurlijk wens ik jullie allemaal een gezegende Kerst en alvast een gelukkig Nieuwjaar. En vergeet niet, zoals een kaartje van mijn moeder ooit schreef: zonder Jezus is je Kerst mis!
woensdag 23 december 2009
vrijdag 4 december 2009
Lachen om de suicidale geit
Het is 5:15 s'ochtends. Ik spring uit bed, maar wordt halverwege de grond opgevangen door het muskietennet, dat ik gisteravond nog zo zorgvuldig onder mijn matras heb gevouwen. Ik heb uberhaupt weinig geslapen, aangezien mijn kamergenoten vanacht op zoek zijn geweest naar voedsel. Dat kan moeilijk voor de komende winter zijn geweest, want we stevenen hier af op het hitte seizoen. Na 10 minuten te hebben gestaard naar het koude water, trek ik mijn kleren aan. Onder een koude douche kun je je nog slachtoffer voelen, net als bij de tandarts, maar mijn eigen kiezen trekken gaat me te ver. Na mijn schoenen te hebben uitgeklopt voor onverwachte bezoekers, sta ik gewapend met mijn zaklamp voor mijn toekel. Links, rechts, niks te zien.
Het is inmiddels 5:30 en in de verte hoor ik muziek. Het draaiorgel, nu al? Of zijn dat nog steeds de Mundari die me gisteravond in slaap hebben geroffeld? Eten. Nog slaapwandelend bereik ik de Pajot, onze eet-toekel. Het licht van de zaklamp glijt langzaam over de tafel zoals we hem gisteravond hebben achtergelaten. Vol vieze borden en bekers, het flesje ketchup dat dient als zout/peper/majo/chilisaus, het potje tandenstokers zonder tandenstokers en een bestek-karosel met lepels die bezwijken onder het gewicht van een fatsoenlijk stukje geit. Maar over geiten straks meer. In de hoek staat een tafel met pannen, met daarnaast de overblijfselen van ons diner. Met de zaklamp onder mijn oksel, til ik het lid van de eerste pan op. Yes, chapati, oftewel pannekoek, mijn lievelingsgerecht. Eerst voorzichtig de mieren eraf kloppen, daarna wat bruine suiker erop, stoel naar buiten, en zo zit ik even later in het donker, in mijn eentje, met achtergrond muziek, te smikkelen van een gortdroge pannekoek.
6:00 's ochtends. De chapati is binnen maar nog steeds niemand te zien. En dat terwijl Michael me gisteravond op het hart had gedrukt, dat we om 5:00 zouden vertrekken naar Yei. De rit van Tali naar Yei is bijna 8 uur rijden en we moeten de geiten op tijd afleveren. Vanavond is namelijk het afscheidsfeestje voor onze vertrekkende country director, en ik heb persoonlijk de opdracht gekregen om twee geiten uit Tali mee te nemen voor het feest. Waar zijn die beesten eigenlijk? Meeeeeh. Als ik mezelf hoor mekkeren in de absolute stilte, besluit ik eerst maar eens koffie te gaan maken. Be flexible, was het advies van Sam toen ik aankwam in Soedan.
7:00. Het gebeurde allemaal in een oogwenk. Ik was weer 'eventjes' op bed gaan liggen en de zon is op. Michael staat voor mijn deur, wake up, we are going. Ja, wacht eens even, wake up, wake up, ik ben al twee uur op, heb anderhalf uur in het donker zitten wachten, en nu wacht iedereen op mij? Gelukkig had ik mijn tas gisteravond al gepakt, dus met een handige zwaai sluit ik de deur van mijn toekel, en been richting Landcruiser. Iedereen zit er al in. Als we bijna wegrijden schreeuw ik: my goats! Als Konjngo (twee lettergrepen) de twee geiten brengt, sta ik eindelijk oog in oog met mijn eigen veestapel. Ook al is die nog wat klein, en vanavond weer foetsie, ik voel me even zoals Abraham, in een vreemd land, met een kudde geiten, die zich snel kunnen vermeerderen. Dat gevoel appeleert hoor, dat je je bestaan niet krijgt van je ouders, of van de overheid, maar dat ieder voor zich weer van voren af aan moet beginnen. Dat maakt je bescheiden.
7:15. We vertrekken. De geiten zitten vast met een touw in de achterbak van onze pickup. Maar voor we goed en wel de compoud af zijn, worden we opgeschrikt door een gegil van jewelste. Er blijkt een geit overboord te zijn gesprongen, een van mijn geiten, en die bungelt nu naast het achterwiel aan een touw om zijn nek. Iedereen proest in lachen uit. Stupid goat, no problem. Hij wordt weer aan boord gehesen, maar ligt de rest van de rit stil in de achterbak. Net als ik, die stil en tevreden voorin de auto heen en weer wordt geschud door Tali road en door Soedan. Totdat de chapati van vanochtend de verkeerde richting op begint te kruipen, en Michael, met wie ik een stoel deel, mij uit het niets vraagt hoeveel kamers een Nederlandse woning gemiddeld heeft. Ik glimlach en beantwoord iedere vraag geduldig, die hij me de komende 8 uur gaat stellen.
Het is inmiddels 5:30 en in de verte hoor ik muziek. Het draaiorgel, nu al? Of zijn dat nog steeds de Mundari die me gisteravond in slaap hebben geroffeld? Eten. Nog slaapwandelend bereik ik de Pajot, onze eet-toekel. Het licht van de zaklamp glijt langzaam over de tafel zoals we hem gisteravond hebben achtergelaten. Vol vieze borden en bekers, het flesje ketchup dat dient als zout/peper/majo/chilisaus, het potje tandenstokers zonder tandenstokers en een bestek-karosel met lepels die bezwijken onder het gewicht van een fatsoenlijk stukje geit. Maar over geiten straks meer. In de hoek staat een tafel met pannen, met daarnaast de overblijfselen van ons diner. Met de zaklamp onder mijn oksel, til ik het lid van de eerste pan op. Yes, chapati, oftewel pannekoek, mijn lievelingsgerecht. Eerst voorzichtig de mieren eraf kloppen, daarna wat bruine suiker erop, stoel naar buiten, en zo zit ik even later in het donker, in mijn eentje, met achtergrond muziek, te smikkelen van een gortdroge pannekoek.
6:00 's ochtends. De chapati is binnen maar nog steeds niemand te zien. En dat terwijl Michael me gisteravond op het hart had gedrukt, dat we om 5:00 zouden vertrekken naar Yei. De rit van Tali naar Yei is bijna 8 uur rijden en we moeten de geiten op tijd afleveren. Vanavond is namelijk het afscheidsfeestje voor onze vertrekkende country director, en ik heb persoonlijk de opdracht gekregen om twee geiten uit Tali mee te nemen voor het feest. Waar zijn die beesten eigenlijk? Meeeeeh. Als ik mezelf hoor mekkeren in de absolute stilte, besluit ik eerst maar eens koffie te gaan maken. Be flexible, was het advies van Sam toen ik aankwam in Soedan.
7:00. Het gebeurde allemaal in een oogwenk. Ik was weer 'eventjes' op bed gaan liggen en de zon is op. Michael staat voor mijn deur, wake up, we are going. Ja, wacht eens even, wake up, wake up, ik ben al twee uur op, heb anderhalf uur in het donker zitten wachten, en nu wacht iedereen op mij? Gelukkig had ik mijn tas gisteravond al gepakt, dus met een handige zwaai sluit ik de deur van mijn toekel, en been richting Landcruiser. Iedereen zit er al in. Als we bijna wegrijden schreeuw ik: my goats! Als Konjngo (twee lettergrepen) de twee geiten brengt, sta ik eindelijk oog in oog met mijn eigen veestapel. Ook al is die nog wat klein, en vanavond weer foetsie, ik voel me even zoals Abraham, in een vreemd land, met een kudde geiten, die zich snel kunnen vermeerderen. Dat gevoel appeleert hoor, dat je je bestaan niet krijgt van je ouders, of van de overheid, maar dat ieder voor zich weer van voren af aan moet beginnen. Dat maakt je bescheiden.
7:15. We vertrekken. De geiten zitten vast met een touw in de achterbak van onze pickup. Maar voor we goed en wel de compoud af zijn, worden we opgeschrikt door een gegil van jewelste. Er blijkt een geit overboord te zijn gesprongen, een van mijn geiten, en die bungelt nu naast het achterwiel aan een touw om zijn nek. Iedereen proest in lachen uit. Stupid goat, no problem. Hij wordt weer aan boord gehesen, maar ligt de rest van de rit stil in de achterbak. Net als ik, die stil en tevreden voorin de auto heen en weer wordt geschud door Tali road en door Soedan. Totdat de chapati van vanochtend de verkeerde richting op begint te kruipen, en Michael, met wie ik een stoel deel, mij uit het niets vraagt hoeveel kamers een Nederlandse woning gemiddeld heeft. Ik glimlach en beantwoord iedere vraag geduldig, die hij me de komende 8 uur gaat stellen.
Abonneren op:
Berichten (Atom)